De introductie van een nieuwe kat
Hoe een kat reageert op een nieuwe kat hangt af van de genetische achtergrond van de kat, de socialisatie met soortgenoten en latere ervaringen met andere katten. Katten die bijvoorbeeld als kitten geadopteerd zijn en daarna jarenlang als enige kat zijn gehouden, kunnen een gebrek aan sociale vaardigheden hebben en eerder geneigd zijn agressie in te zetten. Toch is ook de manier van introduceren heel belangrijk. In wordt besproken hoe een nieuwkomer het beste geïntroduceerd kan worden.

"Leuk, een kat erbij! Maar hoe vertel ik het de anderen?"
Multi-kat huishoudens
Uit een vragenlijstonderzoek onder 251 Nederlandse katteneigenaren blijkt dat in 25 procent van de huishoudens één kat aanwezig is, in 35 procent van de huishoudens twee katten, en in bijna 40 procent van de huishoudens meer dan twee katten. De toename van de kattenpopulatie lijkt dan ook eerder veroorzaakt te worden door een toename van het aantal katten per huishouden dan door een toename van huishoudens met een kat. Gezien de bestaande kennis van natuurlijk kattengedrag is deze trend niet per se in het belang van de kat. Het houden van meerdere katten leidt vaak tot chronische stress en gedragsproblemen zoals agressie, angst, sproeien, onzindelijkheid en medische problemen zoals blaasontsteking. Ook vecht een groot aantal katten wanneer er een nieuwe kat in huis wordt geplaatst en blijft de agressie daarna in veel gevallen bestaan. De kans op problemen lijkt toe te nemen wanneer er vier of meer katten in een huishouden zijn, zeker als ze niet verwant zijn en op volwassen leeftijd geïntroduceerd worden.
Een goede match
Onderzoek suggereert dat verwante katten meer vriendschappelijke interacties hebben dan katten die geen familieband met elkaar hebben. Dit zogenaamde sociaal gedrag bestaat uit elkaar wassen, tegen elkaar aanwrijven, samen spelen, neus-neuscontact en lichamelijk contact tijdens het rusten of slapen. Als het de bedoeling is om een multi-kat huishouden te hebben en er is nog geen kat in huis, kan er dus het best gekozen worden voor twee of meer katten uit hetzelfde nest. Een goed alternatief zou twee jonge kittens uit verschillende nesten kunnen zijn. Als er al een kat in huis is en een eigenaar wil er een kat bij dan is het belangrijk om een zo goed mogelijke match te maken wat betreft de behoeften aan sociaal contact en in het bijzonder aan sociaal spel. Katten die niet goed gesocialiseerd zijn met andere katten zijn niet geschikt om samen te leven met andere katten. En grote leeftijdsverschillen tussen katten kunnen er tevens toe leiden dat de jonge kat zijn spelgedrag richt op de oudere kat waardoor er bij de oudere kat angst, agressie of stress ontstaat. Wat betreft de invloed van het geslacht op de vorming van een sociale relatie zijn er tegenstrijdige onderzoeksresultaten; het is dus niet aan te geven of katers-katers, poezen-poezen of katers-poezen beter samen gaan.
Een nieuwe kat in huis
Hoe een kat reageert op het toevoegen van een andere kat aan het huishouden hangt af van de genetische achtergrond van de kat, de socialisatie met soortgenoten en latere ervaringen met andere katten. Katten die als kitten geadopteerd zijn en daarna jarenlang als enige kat zijn gehouden, kunnen een gebrek aan sociale vaardigheden hebben en eerder geneigd zijn agressie in te zetten. Toch kan ook de manier van introduceren een oorzaak zijn van de agressie en daaropvolgende langdurige intolerantie. Het is daarom aanbevolen een nieuwkomer op de juiste manier te introduceren. Hierbij is het de bedoeling dat de al aanwezige katten leren wennen aan een nieuw geurprofiel en dat de nieuwkomer zich het nieuwe territorium eigen kan maken zonder dat er agressie kan plaatsvinden. Het doel moet niet zozeer het creëren van vriendschap zijn maar het creëren van tolerantie, hoewel vriendschap natuurlijk mooi meegenomen is.
De introductie voorbereiden
Een goede introductie begint met een goede voorbereiding. Voordat de nieuwe kat komt, is het van belang een aparte kamer voor de nieuwkomer in te richten met een kattenbak, water, voer en een aantal rust- en schuilplaatsen. Ook is het verstandig om van tevoren zowel in de aparte ruimte als in het andere deel van het huis een feromoonverdamper te installeren en deze minimaal vier weken te laten hangen. Een dergelijke verdamper verspreidt kunstmatige feromonen, stoffen die katten zelf ook afscheiden en het gevoel van bekendheid met de omgeving vergroten. Het is de bedoeling de kat voorlopig apart te houden en hem eerst de gelegenheid geven volledig vertrouwd te raken met de nieuwe omgeving en de eigenaar. Pas op het moment dat de nieuwe kat normaal eet, rust en de eigenaar benadert, kan hij volgens onderstaande stappen geïntroduceerd worden aan de al aanwezige kat(ten).

Stap 1:
Geuren introduceren
Katten herkennen andere groepsleden voornamelijk via geur. Daarom is het allereerst van belang bekendheid met elkaars geuren te creëren. De eigenaar zal met aparte doekjes de geur van de nieuwe en al aanwezige kat(ten) moeten verzamelen door ze ieder met een doekje te aaien, beginnend bij de wang, via de flank en eindigend bij de staartbasis. De doekjes moeten apart bewaard worden, ieder in een plastic zakje met de naam van de kat erop. Wanneer de eigenaar de nieuwe kat gaat begroeten of eten geven, dient de eigenaar het doekje van de andere kat om zijn hand te wikkelen en de hand kort aan te bieden om aan te ruiken. Als het een angstige of agressieve reactie bij de nieuwkomer uitlokt, is het belangrijk geen verder contact af te dwingen. Bij meerdere katten in huis zal iedere geur apart aan de nieuwkomer moeten worden aangeboden. De al aanwezige kat(ten) moeten uiteraard op dezelfde wijze de geur van de nieuwkomer aangeboden krijgen. Bij een herhaaldelijke aanbieding van de doekjes zouden de katten er uiteindelijk tegen aan moeten wrijven of de geur moeten negeren. Wanneer alle katten op deze manier reageren is het tijd om naar de volgende fase te gaan.
Stap 2:
Geuren uitwisselen
De geuren kunnen nu gemengd worden door de doekjes bij elkaar in een zak te doen. De doekjes met de gecombineerde geur kunnen dan op dezelfde manier als hierboven gebruikt worden. Op het moment dat de katten tegen het doekje aan wrijven of de geur negeren, kan de eigenaar ook zijn handen met de gemengde geur inwrijven. Zo zullen de katten zichzelf met de nieuwe geur markeren als ze de eigenaar begroeten. Het doekje kan tevens tegen objecten gewreven worden waar de katten regelmatig zelf tegen aanwrijven, inclusief de benen van de eigenaar. Daarnaast kan de eigenaar in dit stadium de katten om en om aaien zonder tussendoor de handen te wassen, of kleedjes waarop de katten liggen uitwisselen. Op het moment dat alle katten de nieuwe geur accepteren en tegen de hand en andere objecten die gemarkeerd zijn met het doekje wrijven, is het tijd om naar de volgende fase te gaan.

Stap 3:
Verkenning starten en positieve associaties vormen
De nieuwe kat moet nu regelmatig de mogelijkheid krijgen om de rest van het huis te onderzoeken, terwijl de andere kat opgesloten wordt in de ruimte van de nieuwkomer. Bij het wisselen van locatie moet voorkomen worden dat de katten elkaar tegenkomen, dus een derde ruimte als tussensluis gebruikt worden. De nieuwe kat krijgt zo de gelegenheid om alle schuil- en vluchtmogelijkheden in huis te ontdekken zodat hij, als de katten elkaar ontmoeten, zich minder kwetsbaar voelt. Tegelijkertijd kan er in dit stadium begonnen worden met het vormen van positieve associaties. De eigenaar moet hiervoor eerst uitzoeken wat de favoriete beloning is van de katten; een kattensnoepje, wat natvoer of misschien een beetje slagroom. Deze beloning kan aan beide zijden van de dichte deur op ruime afstand aangeboden worden als de katten geen agressie of angst vertonen. De beloning kan vervolgens per sessie wat dichter bij de deur aangeboden worden. Als de beloning dicht bij de deur gegeven kan worden en de nieuwe kat vertrouwd is met de rest van het huis, is het tijd om naar de volgende fase te gaan
Stap 4:
Onder toezicht bij elkaar
De katten mogen elkaar nu gaan zien maar zonder risico op het uitvoeren van een aanval. Dit kan door een glazen deur of een hordeur te gebruiken. Als beide niet mogelijk zijn dan een kan een deurkiertje gebruikt worden. Al het visuele contact dient in gecontroleerde sessies te gebeuren waarbij de katten een beloning aangeboden krijgen en het zicht daarna weer onmogelijk wordt gemaakt. Deze beloning dient in eerste instantie weer op ruime afstand aangeboden te worden en alleen als de katten geen angst of agressie vertonen. Vervolgens kan de beloning per sessie dichter bij de glazen deur of hordeur aangeboden worden. Als de beloning dicht bij de opening gegeven kan worden, kunnen de katten onder toezicht bij elkaar gelaten worden. Vervolgens kan de periode samen geleidelijk worden opgebouwd. Mocht een van de katten in dit stadium continu angst of agressie vertonen dan is het verstandig gespecialiseerde hulp te zoeken en een gedragsdeskundige in te schakelen. De benodigde tijd voor het introductieproces kan variëren van een paar weken tot een paar maanden.
Sociale stress minimaliseren
Om na de introductie sociale stress en bijbehorende gedragsproblemen als agressie, onzindelijkheid, angst en sproeien te voorkomen, is het belangrijk te zorgen voor een inrichting die het de katten mogelijk maakt elkaar uit de weg te gaan. Dit kan door voldoende water- en voerstations, slaaplocaties en kattenbakken op verschillende plekken in huis aan te bieden en te zorgen voor meerdere hoge plekken en goede schuilplaatsen op verschillende locaties. De katten kunnen elkaar dan altijd vermijden als ze willen.